Pandsluiting
Wanneer kan een gesloten bedrijfspand eerder open?
Recente uitspraken uit Eindhoven en Aalsmeer laten zien wanneer verkorting of eerdere heropening van een gesloten bedrijfspand in beeld kan komen en welke maatregelen daarbij belangrijk zijn.
Een sluitingsduur staat niet altijd vast tot de laatste dag. Recente rechtspraak uit 2026 laat twee verschillende routes zien: de rechter kan een sluiting verkorten als de duur onvoldoende is onderbouwd, en een burgemeester kan ruimte laten voor eerdere heropening wanneer concrete maatregelen het risico veranderen.
Kort antwoord
Wilt u een gesloten bedrijfspand eerder open krijgen, dan moet het dossier laten zien wat sinds de sluiting werkelijk is veranderd. Denk aan beëindiging van het risicogebruik, nieuwe toegangs- en controleafspraken, maatregelen rond toezicht en een concreet plan om herhaling te voorkomen. Daarnaast blijft de oorspronkelijke sluiting juridisch toetsbaar op noodzaak, evenredigheid en motivering.
Twee recente uitspraken laten twee verschillende routes zien
In augustus en september 2026 verschenen twee uitspraken die voor eigenaren en verhuurders van bedrijfspanden bijzonder relevant zijn. De zaken verschillen sterk, maar vullen elkaar goed aan.
- Eindhoven: een loods was voor twaalf maanden gesloten na de vondst van een productielocatie voor harddrugs. De rechtbank verkortte de sluiting naar vier maanden.
- Aalsmeer: een tweedehandswinkel werd voor drie maanden gesloten. De voorzieningenrechter liet die sluiting voorlopig in stand, maar wees expliciet op de mogelijkheid van heropening als de ondernemer orde op zaken stelt en concrete afspraken maakt met burgemeester en politie.
Eindhoven: twaalf maanden werd vier maanden
De burgemeester van Eindhoven had besloten een loods voor twaalf maanden te sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet. In de loods was een productielocatie voor harddrugs aangetroffen. De eigenaar-verhuurders waren zelf niet de overtreders; de huurder had het pand inmiddels ontruimd.
De rechtbank Oost-Brabant vond onder meer van belang dat de verhuurders te goeder trouw waren en hun maar beperkt een verwijt kon worden gemaakt. Ook vond de rechtbank dat de burgemeester de negatieve effecten van de overtreding onvoldoende concreet had onderbouwd. De sluiting van twaalf maanden was daarom onevenredig. De rechter bepaalde zelf een sluitingsduur van vier maanden.
Bron: Rechtbank Oost-Brabant, ECLI:NL:RBOBR:2026:5930
Wat leert deze zaak?
De ernst van de vondst is niet het enige wat de duur bepaalt. Ook de actuele situatie, de rol van de eigenaar, de beëindiging van het risicogebruik en de concrete gevolgen die de burgemeester met de sluiting wil bestrijden kunnen relevant zijn.
Voor een eigenaar betekent dit dat een dossier niet moet blijven steken in de boodschap dat hij “er niets van wist”. Sterker is om feitelijk te laten zien wat de eigen rol was, wat na de ontdekking is veranderd en waarom een langere sluiting niet meer nodig is voor het doel van de maatregel.
Aalsmeer: heropening na concrete maatregelen
In Aalsmeer ging het om een publiek toegankelijke tweedehandswinkel. Bij een integrale controle waren onder meer verboden wapens, goederen die verband hielden met bedrijfsmatige hennepteelt en vervalste merkartikelen aangetroffen. De burgemeester besloot de winkel voor drie maanden te sluiten op grond van de APV.
De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester de winkel voorlopig mocht sluiten. Tegelijk maakte de uitspraak duidelijk dat de situatie niet statisch hoeft te blijven. De rechter wees erop dat een heropeningsverzoek mogelijk is wanneer de ondernemer concrete maatregelen neemt, een plan van aanpak opstelt en met burgemeester en politie afspraken maakt over toezicht en het omgaan met verboden goederen.
De ondernemer en burgemeester hadden bovendien afgesproken dat het sorteercentrum buiten de sluiting kon blijven. Dat laat zien dat ook de precieze afbakening van de maatregel praktisch van belang kan zijn.
Bron: Rechtspraak over de Aalsmeerse zaak
Uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2026:9159
Wat moet er in een sterk verzoek om eerdere heropening?
Een goed verzoek draait niet alleen om het financiële belang van de eigenaar of huurder. De kernvraag is waarom de sluiting, gelet op de actuele situatie, nog nodig is.
- Beschrijf wat er is veranderd. Is de huurder vertrokken? Is de risicovolle activiteit beëindigd? Zijn ruimtes ontruimd of aangepast?
- Maak maatregelen concreet. Denk aan sleutel- en toegangsbeheer, periodieke inspecties, cameratoezicht waar dat rechtmatig en passend is, meldafspraken en controle van feitelijk gebruik.
- Onderbouw toezicht. Beschrijf wie controleert, hoe vaak, wat wordt vastgelegd en wat er gebeurt bij een afwijking.
- Regel de civielrechtelijke kant. Nieuwe huurafspraken, beëindiging van een risicovolle huurrelatie of aanvullende contractvoorwaarden moeten aansluiten op het herstelplan.
- Sluit aan bij het doel van de gemeente. Laat zien waarom de getroffen maatregelen het risico op herhaling, bekendheid als drugslocatie of verstoring van de openbare orde verminderen.
- Onderbouw met stukken. Voeg contracten, foto's, inspectieverslagen, verklaringen, herstelbewijzen en een duidelijke tijdlijn toe.
Bestuursrecht, contracten en toezicht horen in hetzelfde dossier
Juist bij heropening komen verschillende lijnen samen. De gemeente kijkt naar de noodzaak van de bestuurlijke maatregel. De eigenaar moet ondertussen zijn positie tegenover de huurder regelen. En zonder praktisch toezicht blijft een plan op papier weinig overtuigend.
Een heropeningsverzoek wordt daarom sterker wanneer de juridische argumentatie aansluit op maatregelen die in het pand werkelijk zijn uitgevoerd en op afspraken die ook contractueel kunnen worden gehandhaafd.
Deze uitspraken zijn niet hetzelfde
De Aalsmeerse uitspraak is een voorlopige voorziening. Het oordeel is dus voorlopig en de bezwaarprocedure liep nog. De Eindhovense zaak ging verder: de voorzieningenrechter deed met toepassing van kortsluiting ook uitspraak in de bodemzaak en bepaalde zelf een kortere sluitingsduur.
Voor de praktijk is het verschil belangrijk. Een verzoek om heropening is iets anders dan bezwaar of beroep tegen het oorspronkelijke besluit. Beide routes kunnen relevant zijn, maar vragen om een andere onderbouwing.